0514 563 528

Verzakking

De blaas, baarmoeder en endeldarm rusten in het bekken op de bekkenbodem en daarnaast zijn ze met een aantal banden verbonden aan het bekken. Als de stevigheid van de banden en de bekkenbodemspieren niet meer optimaal is, kan dit verzakkingsklachten geven. Dit zijn klachten zoals een balgevoel, een zwaar gevoel aan de onderkant bij de vagina, plasbuis en/of anus, vage onderbuikspijn en/of lage rugpijn. Vaak nemen deze klachten toe aan het einde van de dag of tijdens buikdruk verhogende momenten (tillen, duwen, trekken, hoesten etc.). Deze klachten kunnen gepaard gaan met plasproblemen zoals urineverlies, problemen met de stoelgang en problemen op seksueel gebied.

 

De belangrijkste oorzaak van verzakkingsklachten is de bevalling. Tijdens een bevalling treden er veel druk- en trekkrachten op die invloed hebben op het steun- en spierweefsel in het bekken. Hierdoor treedt eigenlijk altijd een verslapping op die op zich geen enkel probleem hoeft te geven. Bij het ouder worden kunnen wel klachten ontstaan zoals hierboven beschreven.

 

Een verzakking kan verergeren door:

  • Chronische buikdrukverhoging, zoals overgewicht, hoesten en veel tillen
  • Verzwakt of beschadigd steunweefsel, door bevallingen, operaties en hormonale invloeden
  • Verminderde werking bekkenbodemspieren

 

Er zijn verschillende soorten verzakkingen mogelijk:

  • Verzakking van de voorwand van de vagina en evt. de blaas
  • Verzakking van de baarmoeder
  • Verzakking van de achterwand van de vagina en evt. de endeldarm

De bekkenfysiotherapie kan preventief worden ingezet om verzakkingen te voorkomen b.v. na bevalling of om herhaling na een operatie te voorkomen. Naast bekkenfysiotherapie kan een behandeling van een verzakking ook bestaan uit het plaatsen van een ring (pessarium) door de huisarts of een operatie (specialist). Indien u voor een operatie in aanmerking komt, kan oefentherapie vóór de operatie meehelpen aan een sneller herstel van de bekkenbodemfunctie. Het is van belang de druk te verminderen in de buik en op de bekkenbodem. Dit kan door het aanleren van goede til- en ademhalingsoefeningen, juist persgedrag en een juiste toilethouding.